Heilzame Aarde Flyer
Nr. 38 – mei 2026
‘Thiru Valagum Farm als oase in de geopolitieke krachten’.
Ooit stond voor de boer de zorg voor het vee, de bodem, de gewassen en de bomen voorop. Boerendorpen brachten daarbij ook ambachten voort. De boerengemeenschappen floreerden vooral als zelfvoorzienende eenheden. De christelijke broedergemeenschappen waren zeer innovatief in de weer met landbouw. De adel pakte de landbouw en het landbezit daarop weer anders aan. We mogen stellen dat de mensheid de top van zijn landbouwkundige activiteiten bereikte toen het gemengde landbouwbedrijf als levend organisme tot ontwikkeling was gekomen. Dit is een millennium geleden.
Van buitenaf werd er door de tijd heen druk uitgeoefend op de boerenbevolking, bijvoorbeeld door oorlogsvoering en het hiervoor rekruteren van de plattelanders, de groei van de steden met toegenomen voedselbehoeften en weer later de ingevoerde wetenschappelijke landbouwmethodes die de waardevolle traditionele kennis verdrongen.
Tegenwoordig dreigt de globalistische landbouw- en voedselindustrie volledig de scepter te zwaaien voor de boeren, de plattelandsgemeenschappen en de stedelingen. Het samenhangende bedrijfs-organisme is door de industrialisering en de commercialisering van de landbouw uiteengevallen in gefragmenteerde specialismen, zoals bio-industrie, monoculturen, glastuinbouw en dergelijke. Daarbij wordt er tegenwoordig in allerlei levende organismen ingegrepen zonder de integriteit daarvan in ogenschouw te nemen.
In de berichtgeving op het internet ontwaar ik allerhande problemen onder de boerenbevolking op het Europese continent waar ik opgroeide. Hier stond ik de ecologische landbouw en voeding gedurende twee decennia bij. Biologische boeren ervaren te vaak grote problemen met de afzet van hun producten, de nanotech landbouw vormt een steeds grotere bedreiging, er vallen wegens diverse redenen en druk van buitenaf voortdurend boeren af en een ‘prehistorische’ natuur en militaire oefenterreinen krijgen de ruimte. Ondertussen komen de mens en de natuur steeds verder van elkaar te staan.
Een echte boer wil zorg geven aan zijn bedrijf en wenst saamhorigheid vanuit de maatschappij. Een boer neemt graag deel aan een solidaire voedselketen waar prijsafspraken alle deelnemers blij maken. Een boer zou geen financiële schuldenaar hoeven te zijn. Een boer past graag kennis toe op zijn bedrijf dat is gebaseerd op gezond verstand en boerenwijsheid.
Laten we eens een kijkje nemen in het maatschappelijk krachtenspel waar Thiru Valagum Farm in India mee te maken heeft. Net als in het Westen spelen ook hier de overheid, de multinationale ondernemingen en de Ngo’s een sterke rol in het beheer van het landschap en de voedselvoorziening.
De grootste landeigenaren in India zijn in afnemende volgorde de overheid, de katholieke kerk, de tempels en de corporaties. India telt ruim honderd miljoen boeren, waarvan zo’n 85% minder dan twee hectare land bewerkt. (Thiru Valagum Farm verzorgt vijf hectare land). Zij bezitten in totaal minder dan de helft van al het akkerland, waarmee ze de helft dekken van hun basis inkomensbehoeften.
De boeren die overschakelen naar biologische landbouw ervaren enkele jaren lagere opbrengsten. Thiru Valagum Farm scoorde pas na zes jaar een aanvaardbare kwantitatieve opbrengst, maar ondertussen was de boerderij wel vrij van de invloeden van kunstmest, pesticiden en overmatige irrigatie. We gaan straks ons 21e seizoen in op ons huidige land. (Voorheen hadden we vier jaar een halve hectare in bruikleen, waar het ons evenveel jaren kostte om de bodem weer vruchtbaar te maken).
De natuur heeft goed gereageerd op onze werkmethodes en we zijn zelfs een drie- tot viertal jaren droogte doorgekomen en enkele venijnige cyclonen. We zijn echter veel meer bezorgd over de maatschappelijke omstandigheden waarin we bewegen. Sinds bijna twee jaar zijn we aangesloten bij de National Program for Organic Production. Dit nationale overheidsprogramma laat echter (nog) steeds de meeste initiatieven over aan de boeren zelf om aan de weg te timmeren. Wie Thiru Valagum Farm volgt en kent, weet dat we ‘voor Ecologie, Landbouw en Mens op Weg’ staan en richting ‘De Zelfvoorziening Dichterbij’ werken. Zullen we een unieke vrije weg naar de toekomst kunnen blijven nastreven?
We richten onze blik in deze flyer nu naar een van de media platforms voor maatschappelijke ontwikkeling in India. We zien meteen met wat voor een ideologische NGO-omgeving het is gelieerd.
De Indian Development Review IDR bekommert zich over leiding gevenden die de gemeenschap ontwikkelen en directe invloed hebben op het sociale leven. De IDR volgt onder meer de Farmers Producers Organisations FPO’s die moeizaam hun georganiseerd bestaan opeisen in India. Dit is een huidige vorm van collectivisatie van de boeren sinds begin 1900 in India. Lidmaatschap, kapitaal en bureaucratie speelden altijd al een fluctuerende rol in het wel en wee van georganiseerde boeren.
Wij zijn enigszins bekend met boeren die zich formeerden rond lokale Ngo’s in India, maar we hebben nooit een aantrekkelijke mogelijkheid gezien om hier in te stappen. Veel FPO’s houden zich bezig met de gezamenlijke inkoop van kunstmest en pesticiden. Anderen zijn marktgericht.
De IDR schiet het landbouw-departement te hulp bij het digitaal verzamelen van informatie over boeren. Dit doet me fronzend denken aan Palentir in de Verenigde Staten van Amerika.
De FPO’s staan vaak alleen en brengen hun eigen kapitaal in zodat de leden aandeelhouders zijn. Vele boeren hebben echter geen kapitaal om in te brengen en zich te verenigen. Nogal wat FPO’s zouden tot ruim 200 leden hebben. Formeel vast wel juist, maar praktisch gezien, mij dunkt, met een bescheiden resultaat. Boerenorganisaties staan ook wel vaak onder invloed van belanghebbenden zoals de overheid, fondsen, promotors en kennis centra.
Tot dusver heeft Thiru Valagum Farm een losse verhouding tot de markt. We zijn betrokken geweest bij het opstarten van een drietal verkooppunten van (biologische) landbouwproducten. De organisatie van een gezamenlijke en goedkopere distributie blijft echter achter. Bij de verwerking en distributie van onze producten zoals kokosnoten, mango’s, pinda’s, rijst, peulvruchten, eieren, zuivel en vlees zijn we afhankelijk van de gestelde prijzen. In de verkoop van onze producten blijven we als eenling daarom nog steeds ondergeschikt aan de tussenhandelaren die de boeren weinig winstmarge gunnen. Ook de door de overheid geleide inkoopcentra voor landbouwproducten houden de prijzen laag. Voor meestal een redelijke prijs vindt een klein gedeelte van onze producten zijn weg rechtstreeks naar consumenten.
We staan vanzelfsprekend in direct contact met diverse lokale (biologische) boeren en agrarische loonwerkers, maar het blijkt een moeilijk proces te zijn om meer onderlinge aanhankelijkheid te kunnen ervaren. Dit zou de gezamenlijke tocht naar meer succes goed doen. Over het algemeen is het opleidingsniveau onder de boerenbevolking laag, waardoor organisatie onder elkaar wordt bemoeilijkt. Wat er leeft binnen de overheid, de Ngo’s, de industriëlen en de academische wereld lijkt ook niet naadloos bij het boerenleven te passen. Top-down organisatie van boeren komt daarom ook weinig van de grond. Ivoren toren intenties transformeren te weinig tot weldadige actie voor de boerengemeenschap.
De doelstellingen die worden nagestreefd binnen de invloedrijke Indiase NGO-wereld staan voor de meeste boeren ver van hun bed. We sommen de visie die vanuit de grotere Ngo’s de boerengemeenschappen sterk kunnen beïnvloeden of aantasten als volgt ruwweg even op:
Systeemverandering wordt nagestreefd, terwijl de landelijke gemeenschappen nog met één wankelend been in de tradities leven. Specialisten doen vaak alsof ze de wijsheid in pacht hebben, maar missen soms de praktische ervaring met de voeten op de boerengrond. De uitgeholde term duurzame plattelandsontwikkeling behoort ook in India tot de academische droombeelden voor een naar de rurale gemeenschappen gebrachte verandering. Klimaatactie wordt door de toonaangevende Ngo’s met de paplepel bij de regionale Ngo’s ingegeven. Van buiten de dorpsgemeenschappen wordt de oplossing aangeboden om het klimaat te beheersen. Ngo’s geven ook de antwoorden als er natuurrampen plaatsvinden en als er pandemiën worden uitgeroepen.
Het geblaat dat de boerengemeenschappen vanuit de Ngo’s vernemen zou de plattelanders meer veerkracht geven. De neuzen van de boeren moeten blijkbaar dezelfde kant op dan die van de leidende instanties. Ngo’s presenteren zich alsof men het welzijn zal aanwakkeren in de dorpen en bijvoorbeeld het waterverbruik veilig zal stellen.
Vanzelfsprekend doet men het de boerengemeenschappen voorkomen dat een energietransitie er onherroepelijk aankomt en dat deze sociaal aanvaardbaar en ecologisch veilig is. De boerendorpen, de tribalen en andere marginale gemeenschappen krijgen allemaal direct te maken met de globalistische stem die tot in alle hoeken van de wereld doorklinkt. De transitie wordt als een urgente zaak gepromoot voor India en de hele wereld met Agenda 2030 als de technocraten-Bijbel.
We leven en werken met de vraag in hoeverre Thiru Valagum Farm de boerderij als gezond bedrijfs-organisme de toekomst in kan dragen. Een samenhangend bedrijf met bomen, dieren en gewassen verder ontwikkelen en voortzetten, dat lijkt wel te lukken. De solidariteit te vinden in onze regio om samen met mensen een dienstbare voedselketen te onderhouden houdt onze gemoederen sterk bezig. Zal een bottom up aanpak vanuit de plattelandsbevolking de krachten die leven in de wereldpolitiek, de machtige multinationals en de investeringsmaatschappijen teweer kunnen staan? Blijf ons werk volgen terwijl we aan het antwoord werken.
Wij wensen jullie allen vurige wijsheid en inspiratie om glorieus de huidige schaduw over de aarde met licht te doorstralen. Fijne Pinksteren!
Hartelijke groeten namens Stichting Thiru Valagum Farm en de boerderij, Gerrit Impens.